Journalisten en woordvoerders willen goede relatie
Agrarische journalisten en woordvoerders van bedrijven en organisaties willen investeren in een wederzijds goede relatie. Dat komt naar voren uit een enquête die de NVLJ onder journalisten en woordvoerders heeft gehouden. De enquête dient als input voor een debat tijdens het netwerkevenement De Gouden Greep op 12 april in Putten, voorafgaand aan de uitreiking van de agrarische persprijzen.
“Een goede relatie is de basis van ons vak. Zonder dat het ten koste gaat van de onafhankelijke journalistiek, kan dit voor beide partijen winst opleveren”, antwoordt één van de journalisten op de vraag over investeren in een goede relatie. “We hebben elkaar nodig en het levert voor beide voordelen op”, stelt een ander. Bij de woordvoerders heerst dezelfde opvatting. “Ben je allebei bij gebaat” en “Hoe kun je elkaar anders vertrouwen?” schrijven ze in een toelichting. “Er is een gemeenschappelijk doel: goed geïnformeerde lezers, kijkers, stakeholders.”
Grote verschillen tussen bedrijven
Journalisten zien grote verschillen tussen bedrijven. Waar de één in alle openheid opereert, is de ander zo gesloten als een oester. Door de bank genomen is de woordvoering in de agrarische sector goed, zoals één van de journalisten signaleert. Uit de antwoorden komt naar voren dat grote bedrijven een voorkeurspositie geven aan de algemene/financiële pers ten nadele van de agrarische pers. Over het algemeen zijn journalisten tevreden over de communicatie van bedrijven en organisaties, maar één op de vijf ondervraagden zette een kruisje bij ‘ontevreden’.
Liever geen perswoordvoerder
Opmerkelijk is dat tweederde van de agrarische journalisten liever geen perswoordvoerder bij een bedrijf of organisatie heeft. Daarvoor hebben ze verschillende argumenten, waarbij ze vooral de perswoordvoerder als een remmende tussenschakel zien. Liever is er rechtstreeks contact met de directie.
“De perswoordvoerder filtert”, stelt één van de journalisten. “Perswoordvoerders willen zich nog te vaak met de inhoud van artikelen bemoeien. Ook werkt het vaak vertragend. Voor de juiste persoon bij het juiste onderwerp is gevonden zijn we weer een paar dagen verder”, merkt een ander op. En “een voorlichter zoekt nooit naar de waarheid, maar naar een gunstig antwoord voor het bedrijf”.
Niet alles openbaar
Op de vraag of journalisten alles mogen weten zegt 90 procent van de woordvoerders nee. De belangrijkste motieven om geen informatie te verstrekken zijn concurrentiegevoeligheid van de informatie of dat de eigen medewerkers en het bestuur nog niet op de hoogte zijn. Opvallend is dat journalisten vaak te horen krijgen dat een onderwerp nog niet rijp is voor publicatie.
Binnen hun bedrijf ontmoeten perswoordvoerders soms weerstand bij het geven van openheid. Die komt het vaakst van de directie, maar ook van bestuur, leidinggevende of overige medewerkers.
Rapportcijfer openheid verschilt
De meeste perswoordvoerders beschouwen hun bedrijf of organisatie als open tot zeer open. Daarvoor geven ze zichzelf als rapportcijfer gemiddeld een 7,6 (tussen de 6 en een 9). De journalisten zijn minder scheutig bij de beoordeling van bedrijven en organisaties: gemiddeld een 6 (tussen de 1 en 8). “Er is een kopgroep van bedrijven met een professioneel persbeleid, maar daaronder hangt een groot peloton, waarin het persbeleid er maar een beetje bij hangt”, signaleert één van ondervraagden. “Veel bedrijven doen toch wel hun best in het goed behandelen van de pers”, vergoelijkt een ander.
Journalist deskundig en betrouwbaar
In de ogen van de geënquêteerde woordvoerders is een goede agrarische journalist vooral deskundig en betrouwbaar. Hij mag ook scherp en kritisch zijn, vindt 60 procent van de woordvoerders. Eén op de vijf beoordeelt een journalist ook als ‘goed’ als hij/zij positief is over het bedrijf of de organisatie.
Ook journalisten hechten aan betrouwbaarheid en deskundigheid bij perswoordvoerders. Ze voegen er aan toe, dat de woordvoerder zich bewust moet zijn van de positie van de journalist en dat hij/zij behulpzaam moet zijn.
Direct terugbellen
De helft van de perswoordvoerders wil de tekst altijd kunnen teruglezen en corrigeren. Het overgrote deel van de woordvoerders (90 %) heeft het idee dat ze altijd direct terugbellen. De journalisten hebben een ander beeld. Getuige de enquête stuiten ze regelmatig op woordvoerders die erg laat terugbellen of dat – ondanks toezeggingen – ‘vergeten’. “Maar soms heb ik binnen enkele minuten antwoord”.
Wel of geen embargo
Opmerkelijk is dat veel woordvoerders het opleggen van een embargo als een middel zien om een publicatiemoment te sturen. Ook benadert 60 procent van de woordvoerders actief bekende journalisten voor een publicatie.
Verschillende journalisten vinden juist dat perswoordvoerders geen embargo moeten opleggen om publicatie te vertragen. Evenmin moet hij/zij pogingen doen om onwelgevallige publicatie te voorkomen. Een goede woordvoerder is in de ogen van de journalisten iemand die altijd direct terugbelt en actief journalisten benadert.